Twee weken voor vertrek
Hoe vaak zijn we in de tien jaar van ons bestaan in Roemenië geweest .? Ik ben de tel een beetje kwijt geraakt. Zeker meer dan 20 keer. Over enkele weken gaan we weer, met 13 enthousiaste vrijwilligers dit maal. Tien gaan met een 9 persoons busje en een auto, drie,  waaronder ikzelf, nemen het vliegtuig. Iedereen die meegaat moet, zoals gebruikelijk, zijn eigen kosten dragen, alles bijeen ongeveer 500 euro per persoon.

We hebben ditmaal aan maar één Roemeense vrachtauto voldoende om alle hulpgoederen, pakweg 100 kuub, mee te nemen. Dit heeft niet te maken met verminderd aanbod, maar met het soort hulpgoederen. Geen hulpgoederen die veel ruimte in beslag nemen zoals schoolmeubilair, maar vooral goederen die we op een hele compacte manier in dozen op pallets kunnen vervoeren.

De bestemmingen zijn als gebruikelijk divers. De gezinnen die door onze vrijwilligers worden ondersteund, zo’n 40 in getal, krijgen hulpgoederen, maar ook ons blindenproject dat in februari van start is gegaan,  de scholen 20 en 41, de gaarkeukens, de psychiatrische klinieken en een nog jonge zeer gemotiveerde arts, die een medische praktijk is gestart waar ook daklozen medische hulp kunnen krijgen.

We blijven één week dit voorjaar. Deze zal bestaan uit een mix van hulpverlening, bezoek aan behoeftige gezinnen en instellingen, en een enkele ontspannende toeristische activiteit naar Paltinis of Balea Lac. Het wordt een intensieve week die voorbij is voor we het goed en wel in de gaten hebben.

Inderdaad, we bestaan 10 jaar. Onwillekeurig dringt zich de vraag op wat we in 10 jaar hulpverlening hebben bereikt. Is er in Roemenië iets ten goede veranderd waar wij als Stichting een kleine bijdrage aan hebben geleverd? Nu moet je geen overdreven voorstellingen hebben van wat wij als relatief kleine Stichting kunnen betekenen in een land van ruim 23 miljoen inwoners. Maar toch.
Ons gezinsproject draagt bij aan een mooie kerst en individuele internationale contacten; ons blindenproject aan de toekomstmogelijkheden voor blinde kinderen. Ook ons adoptieproject geeft kansloze kinderen weer een perspectief. Onze medische noodhulp zorgt ervoor dat zieke kinderen weer gezond door het leven gaan.
Dit alles doen wij op een maat en een schaal die we als kleine organisatie goed kunnen overzien en dat maakt onze hulp bijzonder effectief. Geen ingewikkelde overlegstructuren, geen overbodige bureaucratie, geen overheadkosten, maar wel enthousiaste vrijwilligers die ongelofelijk veel tijd en energie steken in onze hulpprojecten.

Maar ook los van onze hulp is in Roemenië in 10 jaar wel het een en ander veranderd. De
laatste jaren gaat het economisch beter, hoewel recentelijk de crisis deze ontwikkeling weer tot staan heeft gebracht. Roemenië is ook meer “verwesterd”. Consumptieve kredieten worden vrij normaal (maar of dat een goede ontwikkeling is…..??). De rentestand is eindelijk gedaald tot een acceptabel peil, maar stijgt helaas de laatste tijd weer behoorlijk. Je ziet veel vrij nieuwe  auto’s, de meeste gefinancierd. Ook de hoofdwegen worden langzaam beter.  En het leven van  de gemiddelde burger is er wel iets op vooruit gegaan tot aan de crisis althans. Deze heeft dramatische gevolgen. Meer dan een miljoen inwoners zakken beneden de armoedegrens; dit aantal komt bovenop de inwoners die nu toch al in bittere armoede leven zoals  gezinnen met zieke gezinsleden  en bejaarden. Aan hen gaat de aarzelende vooruitgang zonder meer al volledig voorbij.

Maar wat je vooral merkt is een mentaliteitsverandering. In Nederland zou het maatschappelijk leven vrijwel tot stilstand komen zonder vrijwilligerswerk. Geen enkele sportvereniging zou meer kunnen functioneren bijvoorbeeld. Maar ook zorginstellingen zouden in grote problemen raken zonder vrijwilligers.
Dit besef begint in Roemenië langzaam door te dringen. Er zijn in Sibiu 5 gaarkeukens voor daklozen die worden gerund door een religieuze vrijwilligersorganisatie. Ook wij zouden ons werk niet kunnen doen zonder de hulp van Roemeense vrijwilligers.