Intro.

 

Het is maandagavond negen uur. Mijn mobiele telefoon trilt. Één keer maar, dan wordt de verbinding verbroken. Op het display verschijnt de naam van Gabriela Wermescher, de moeder van Andreas. Hij is haar drie jarig zoontje, dat doodziek is door een hoofdwond waaruit hersenvocht lekt langs een drain waarvan het de bedoeling was dat deze de druk in zijn waterhoofd wat zou reguleren.

Dat zij belt en meteen weer de verbinding verbreekt betekent niet veel goeds. Als ik haar terug bel wordt mijn angstige vermoedens bevestigd. Andreas is deze middag overleden. Hij wordt woensdag begraven. Gabriela is volledig door haar emoties overmand en een gesprek kunnen we niet voeren. Wat zou ik moeten zeggen?

 

Andreas had eigenlijk geen kans in dit leven. Geboren zonder hersenen met een waterhoofd en blind, was de verwachting dat hij binnen enkele dagen zou sterven zeker na een mislukte operatie met veel complicaties. Neen, het leven had niet veel goeds voor hem in petto. Na drie jaar heeft de Natuur eindelijk dat gedaan wat onvermijdelijk was. Natuurlijk zijn de ouders ontroostbaar. Maar zijn vroegtijdige dood lost ook een enorm verzorgingsprobleem op dat op termijn zwaar op de ouderlijke schouders zou gaan rusten. Dat zullen zij zich gaandeweg wel gaan realiseren. Op dit moment overheersen natuurlijk de onpeilbare emoties van het verdriet voor het verlies van een hulpeloos kind. Het ook tegen de natuurlijke gang der dingen. Ouders behoren vóór hun kinderen te sterven en niet andersom.

 

Voor het gezin Wermescher zijn de zorgen nog niet voorbij. De moeder van Gabriëla, die overdag voor Andreas zorgde ligt op sterven. Zij heeft leverkanker en de verwachting is dat zij niet lang meer zal leven. In het ziekenhuis is al drie liter vocht uit haar buikholte verwijderd. Daar is ze een beetje van opgeknapt. Ik krijg van een bevriende huisarts plaspillen, die ik volgende week voor haar wil meenemen. Het zal haar ongemakken wat verlichten. Genezing is niet meer mogelijk. Moet Gabi zich voorbereiden op twee begrafenissen binnen enkele weken? Laat het niet waar zijn, maar ik ben er niet gerust op.

 

Met het vooruitzicht op een moeilijk en onvermijdelijk bezoek aan dit gezin hebben we op Hemelvaartsdag donderdag  1 mei aan onze opslagloodsen in Panheel twee vrachtauto’s beladen, die nog diezelfde avond naar Sibiu terugkeren.

Komende zaterdag gaan we met een team van 19 vrijwilligers naar Sibiu. 15 vrijwilligers gaan met 2 busjes en 4 nemen het vliegtuig vanaf Düsseldorf, via Timisoara. Op basis van ervaringen van voorgaande reizen verwacht ik dat het weer een enerverende reis zal worden.

 

Een van de reisgenoten is Herman de Kleijn. Hij zal ook verslag doen van zijn ervaringen gedurende zijn verblijf in Sibiu.


Andreas, overleden 28 april 2008