Reisverslag nov./dec 2004
Intro.

Voor dit wintertransport hebben we vier grote opleggers in Roemenië besteld. We hebben zoveel hulpgoederen in onze loodsen liggen dat we met minder niet kunnen volstaan. Drie zouden op zich genomen voldoende zijn geweest, maar In het voorjaar moest één van de auto’s onverrichter zake vanaf de Oostenrijks/Hongaarse grens naar Nederland terugkeren. Door een misverstand ontbrak toen een essentieel document in deze wagen en zonder dit papiertje was geen toegang tot Hongarije mogelijk, ook niet na aanbod van betaling voor de kosten. Dit was voor ons pijnlijk omdat het een gesponsorde auto was; het was voor de transporteur pijnlijk omdat hij zijn goede bedoelingen in rook zag opgaan en het was jammer voor de school 11 in Sibiu waar de lading voor was bestemd. De spullen hebben we weer moeten uitladen in Nederland met de bedoeling om ze nu weer opnieuw in te laden voor een tweede poging ze over de Hongaarse grens te krijgen. Als ik terugdenk aan de halsstarrigheid van de Hongaarse douaniers voel ik weer ergernis opkomen. Laten we hopen dat het ditmaal wel goed gaat.

De diversiteit van de goederen die we ditmaal meenemen is enorm.
Centraal in dit transport staan ruim 500 voedselpakketten en pakweg 2000 dozen met kleding voor 300 Roemeense gezinnen.
Het academisch ziekenhuis in Sibiu, waar we al jaren steun verlenen, krijgt bedden, computers, verpleegmiddelen, medicijnen, injectienaalden- en spuiten, rolstoelen matrassen, dekbedden en dekens.
Een drietal scholen krijgt schoolmeubilair en leermiddelen, en een grote partij kleren en speelgoed gaat naar een project voor alleenstaande moeders nabij Brasov.

Ik heb twee weken uitgetrokken om ter plaatse in Sibiu alle goederen naar de juiste bestemming te krijgen. Hoewel we de administratieve voorbereiding nog grondiger hebben gedaan dan voorafgaande jaren, - ik wil echt niets aan het toeval overlaten -, heb ik me ingesteld op ongeplande complicaties. Waarom zou het dit jaar anders gaan dan afgelopen jaren. Ik heb geen reden tot ongefundeerd optimisme.
De eerste problemen dienen zich al voor mijn vertrek aan. Een van de Roemeense transporteurs die we hebben gecontracteerd weigert om mij tijdig het nummer van het TIR-carnet door te geven. Ondanks dat het mij tot zes maal toe beloofd is beschik ik drie dagen voor vertrek nog steeds niet over dit nummer. Gevolg is dat ik de reisdocumenten niet kan voltooien en gevolg is ook dat ik begin te betwijfelen of donderdag wel een vrachtauto van dit bedrijf in Panheel arriveert. Mijn gemoedsrust wordt er op deze manier niet beter op.

Ik heb de komende twee weken het een en ander op het programma staan.
Een bezoek aan Alexandra en Bianca zal niemand mij kunnen ontnemen.
Alexandra, het meisje met spina bifida, dat in 1999 in Nederland is geopereerd met hulp van onze Stichting, is intussen 6 jaar. Een bezoek aan haar is een vaste routine elke keer als ik in Roemenië ben. Ik heb een nieuw rolstoeltje voor haar mee.
Bianca, inmiddels 16 jaar, is in Hongarije geopereerd aan een hersentumor. Om dit te kunnen bekostigen hebben we in het voorjaar succesvol actie gevoerd. Na haar operatie heeft Bianca een 20 tal nogal belastende bestralingen gehad. Om haar te laten bijkomen van alle medische behandelingen en het heen en weer gereis tussen Sibiu, Cluj en Boekarest hebben we haar en haar moeder in de zomervakantie een week op vakantie uitgenodigd. Zoals het er nu naar uitziet is de tumor volledig verdwenen en kan ze haar normale leven als tiener weer oppakken. De schade die de tumor heeft aangericht is echter niet te repareren. Hoe groot de schade is, moet de toekomst uitwijzen. De tumor, kwaadaardig en een van het type germinoma, was gesitueerd tegen de hypofyse, een orgaantje dat de hormoonhuishouding in het lichaam regelt. Door de tumor heeft de hypofyse niet goed gefunctioneerd, met als gevolg dat Bianca een enorme groeiachterstand heeft opgelopen. Ze is echt klein voor haar leeftijd, kleiner dan 1,5 meter; ook haar pubertijd is nog niet begonnen.
De afgelopen maanden hebben we regelmatig brieven van haar gekregen. Hieruit hebben we haar leren kennen als een uiterst gevoelig meisje dat mentaal haar fysieke leeftijd ver vooruit is. Een levensbedreigende ziekte maakt snel volwassen. Elke week krijg ik wel een sms’sje van haar, waarin ze vertelt dat het goed met haar gaat en dat ze ons mist. Waarschijnlijk ga ik bij haar als eerste op bezoek.
Een bezoek aan ons onderwijsproject voor gehandicapte kinderen staat ook op mijn lijstje. De basisschool “stapsteen” uit Herten heeft cadeautjes gemaakt voor alle kinderen die ons project bezoeken en ik verheug me al op de vreugdekreten als de 15 kinderen kunnen pakketjes openmaken.

Verder staat nog een bezoek aan een gezin op het programma waarvan de vader een arm mist. Hij heeft ons om een prothese gevraagd. Voordat we aan deze vraag kunnen voldoen zal ik toch eerst even moeten vragen om wat voor soort prothese het gaat, een cosmetische of een functionele. Ook zal ik foto’s van de man moeten nemen om te kunnen bepalen vanaf welk punt hij een prothese nodig heeft.

Een jaar geleden kregen we het verzoek van de fam.Bulai om een oogoperatie voor dochtertje Roxana te betalen. Kosten €.200,--. We hebben haar schriftelijk laten weten dat we dit doen en we zijn zelf zover gegaan dat we de oogarts in het ziekenhuis hebben verwittigd dat Roxana op spreekuur komt. Het is er nog niet van gekomen. Er hebben ons berichten bereikt dat de moeder de taxi naar het ziekenhuis niet kan betalen. Ik zal dit gezin weer bezoeken in hun schamele behuizing in Talmaciu en moeder en dochter persoonlijk naar het ziekenhuis brengen. In elk geval neem ik het hele gezin mee om schoenen te kopen. Geld hiervoor heb ik gekregen van hun Nederlandse contactgezin.
Een bezoek aan het ziekenhuis in Sibiu, een vergadering met het bestuur van onze Roemeense zusterorganisatie en een bezoek aan nog drie families met bijzondere problemen is ook al gepland.
Al met al een vol programma, waarbij ik zeer efficiënt te werk zal moeten gaan wil ik niet in tijdnood komen. En dit is dan alleen maar de planning zoals ik die nu ken. Wat nog allemaal onverwacht op mijn weg komt weet ik niet. Uit ervaring weet ik inmiddels dat ik veel zal moeten improviseren.